home

Starten met borstvoeding

Waar je ook bevalt, informeer of je na de geboorte je baby direct mag aanleggen aan de borst, of toch zeker binnen het uur, zonder het huidcontact na de geboorte te onderbreken. Je baby zal sneller herstellen van de stress van de bevalling en beter aan de borst drinken, dit zowel direct na de geboorte maar ook daarna.

Moeders binnen het half uur na de geboorte helpen met de borstvoeding (vuistregel 4)
Elke gezonde baby dient na de geboorte bij de mama op de buik gelegd te worden. Direct en ononderbroken lichaamscontact en de mogelijkheid om te drinken in het eerste uur na de geboorte zijn erg belangrijk. Vanaf de geboorte blijven moeder en kind samen, zodat de moeder kan ingaan op de signalen van haar baby. Huidcontact moet gestimuleerd worden naar ALLE moeders toe, ook zij die geen borstvoeding geven. Moeder en kind mogen niet gescheiden worden tenzij er een dringende medische reden is.

Hoe pakken we dit aan in de praktijk:
De baby wordt onmiddellijk na de geboorte op de buik van de moeder gelegd. De baby en de moeder blijven bij elkaar tot de baby voor de eerste keer gedronken heeft. Meestal is dit al binnen het uur. Pas dan wordt de baby gewogen en gemeten en aangekleed. Het niet scheiden van moeder en kind is zeer belangrijk voor een goed verloop van de borstvoeding.


De eerste dagen

Aan alle vrouwen uitleggen hoe ze de baby moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de moeder en kind gescheiden moeten worden. (vuistregel 5)
Borstvoeding is niet steeds een instinctief gedrag, de techniek moet soms nog aangeleerd worden. Borstvoeding begeleiden kan men niet strikt afbakenen, het is een geheel van praktische hulp, van educatieve boodschappen, van techniek en fysiologie en van de psychologische steun.

Hoe pakken we dit aan in de praktijk:
Borstvoeding geven moet je leren. De eerste dagen zijn oefendagen. Vraag altijd raad en hulp aan de vroedvrouwen. Het is belangrijk dat je meteen leert je baby op een goede manier aan te leggen. Dit zal mogelijke problemen zoals tepelkloven en pijnlijke tepels voorkomen. Borstvoeding geven lukt het best als moeder en kind ontspannen zijn in een rustige omgeving. Voorbereiding op borstvoeding kan zijn: goede informatie lezen, prenatale infosessies rond borstvoeding volgen met andere aanstaande ouders. Een wisselende gemoedstoestand tijdens het begin van het moederschap is volkomen normaal. Daarom is het belangrijk dat je op voldoende steun uit je omgeving kan rekenen. Betrek dan ook je partner bij je zoektocht naar informatie.

Goed aanleggen

Belangrijke aandachtspunten

  • goede drinktechniek : grote mond bij het aanhappen
  • buikje baby tegen jouw buik aan
  • voldoende tepelhof in het mondje
  • goede houding

Enkele voedingshoudingen

  • zittend of madonnahouding
  • baby op je buik (biological nurturing)
  • bakerhouding: beentjes onder oksel door
  • doorgeschoven bakerhouding

Verschillende houdingen aanleren is aangewezen om af en toe af te wisselen, vb 's nachts, of wanneer er een melkklier verstopt is.

Moeder en kind blijven 24 uur bij elkaar (rooming-in, vuistregel 7)
Rooming-in stelt de moeder in staat om steeds op de signalen van haar baby in te gaan, zodat deze volledig op zijn vraag kan worden gevoed. Slechts een specifieke medische reden kan moeder en kind scheiden.

Het is het meest natuurlijke dat moeder en baby altijd samen blijven. De mama zal de baby sneller voeden, maar hem ook beter leren kennen. De baby zal rustiger en veiliger slapen indien hij dicht bij de mama slaapt en de mama zal ook zich beter voelen met haar kindje in haar nabijheid.

Aanmoedigen van borstvoeding op verzoek (vuistregel 8)
Elke vrouw wordt aangemoedigd om haar baby volgens zijn ritme en dus zonder beperkingen aan de borst te laten drinken. Borstvoeding geven is een proces van vraag en aanbod. Hoe meer je baby drinkt, hoe meer melk er wordt aangemaakt. Omdat moedermelk licht verteerbaar is, zal je baby snel weer honger hebben en in het begin dag en nacht om voeding vragen. Het is normaal en noodzakelijk dat pasgeboren baby's minstens 8 tot 12 keer borstvoeding vragen in 24 uur. Dit kan vermoeiend lijken, maar het is nodig om een goede melkproductie op te bouwen. Voor de baby is vaak drinken noodzakelijk om goed te groeien. De borstvoeding komt zo snel op gang en de baby komt snel terug op gewicht. Na enkele weken kan de frequentie van het aantal voedingen veranderen als de baby groeit en zijn maagje zich aanpast aan een groter melkvolume. De eerste 6 maanden mag je nooit minder dan 5 voedingen geven tot aan de vaste voeding. Borstkinderen eten van nature meestal veel tot heel veel en hun ritme is meestal onregelmatig.

Anderzijds moet je een pasgeboren slaperige baby die geen interesse in eten vertoont aanmoedigen om te eten en regelmatig wakker maken zodat hij minstens 8 tot 12 keer per dag gegeten heeft en regelmatig plas en stoelgang luiers heeft. Bij ongerustheid steeds deskundige hulp inroepen.

Aan het einde van de eerste maand produceren de meeste moeders de hoeveelheid melk die ze de ganse lactatieperiode zullen aanmaken. (ongeveer 850 ml/24 uur) Individuele verschillen zijn mogelijk, zoals bij meerlingen.

Niet enkel de totale hoeveelheid melk per 24 uur, maar ook de hoeveelheid melk die je kan opslagen in je borsten per voeding zal bepalen hoeveel voedingen per dag je baby zal vragen. Heb je een kleine opslaghoeveeheid, dwz kan je slechts weinig melk per keer in je borsten opslagen, maar heb je per 24 uur voldoende melkproductie, dan zal je baby eerder meer voedingen vragen dan als je vb wel meer melk per voeding kan opslagen, deze baby’s kunnen per keer melk drinken en zullen sneller voedingen afbouwen uit zichzelf. Toch zullen beide baby’s op 24 uur genoeg melk kunnen drinken zolang de mama maar voeding geeft op vraag, en geen voeding begint af te bouwen omwille van leeftijd, verkeerd advies etc.

Een goede melkproductie begint met een goede start na de geboorte door de baby snel aan te leggen, huidcontact langdurig toe te passen, in de eerste dagen na de geboorte de baby onbeperkt aan de borst te laten drinken en dit minstens 8 tot 12 keer per 24 uur omwille van het prolactine gehalte in het bloed, en geen andere voeding of vervangingen te geven dan op strikt medische voorschrift. (volgens regels BFHI) Dit zal ervoor zorgen dat de melkproductie op één maand tijd volledig zelfstandig kan werken en de ganse lactatieperiode ongestoord kan verlopen. Indien rond één maand de melkproductie werkelijk te laag is wordt het veel moeilijker om het volume nog te verhogen.

Aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen wordt geen speen of fopspeen gegeven. (Vuistregel 9)
Het gebruik van fopspenen op speentjes van zuigflessen kan tepel-zuigverwarring veroorzaken met als gevolg een verkeerde zuigtechniek aan de borst.Dit kan de oorzaak zijn van het ontstaan van tepelkloven. Het kan leiden tot het stoppen van de borstvoeding.
Een pasgeboren baby heeft vooral veel liefde nodig. Hij is negen maanden geborgen gedragen en de geboorte is een grote overgang die geleidelijk moet verlopen. Veel huidcontact kan deze overgang geleidelijk maken voor alle baby’s, ook zij die geen borstvoeding krijgen. Een fopspeen de eerste week is niet de eerste troost die de baby vraagt, maar wel heel veel liefde en verzorging. Je kan hem niet verwennen met hem te veel te vast te houden.

De eerste weken wordt het gebruik van een tutje afgeraden, alvast tot de borstvoeding goed op gang is gekomen, minstens 4 tot 6 weken, en de baby een goede drinktechniek heeft ontwikkeld. Indien er toch bijvoeding moet gegeven worden is het beter dit te geven onder een andere vorm, vb. met een klein bekertje.

Clustervoedingen
Tijdens de eerste weken hebben de meeste baby’s de gewoonte om voedingen te clusteren, vooral ’s avonds. Dit wil zeggen dat ze één lange voeding nemen. Dit is volledig normaal en dit is vaak het begin van een goede gewoonte, namelijk van een betere nachtrust, tenminste als hij de kans krijgt om ’s avond lang aan de borst te liggen, want vaak is het vooral bij de mama aanliggen en af en toe is drinken tot hij in een diepe slaap ligt. Vaak slaapt hij dan na deze voeding een langere periode.

Regeldagen
Groeispurten of regeldagen zijn dagen dat de baby vaker wil eten. De mama heeft deze dagen vaak het gevoel minder melk te hebben. De borsten voelen minder “vol” aan omdat de baby de borsten telkens goed leegdrinkt en zeer vaak aanligt. Hij geeft vaak een onrustige indruk alsof hij honger heeft, maar als we hem achteraf wegen blijkt hij vaak goed bijgekomen te zijn. Het kan soms enkele dagen duren. Als hij die dagen meer stoelgang maakt dan gewoonlijk kan je waarschijnlijk er van uitgaan dat het regeldagen zijn, maar meestal weet je het pas als het voorbij is. Het is een normaal drinkgedrag van een baby die borstvoeding krijgt.